Data en kunstmatige intelligentie in de zorg: iedereen heeft het erover, maar praktijkvoorbeelden zijn er nog weinig. Waar liggen de kansen? Tijdens deze editie van Zorg2025 laten de sprekers zien hoe kunstmatige intelligentie zorg én gezondheid kan verbeteren.

De koning vroeg het zich twee dagen geleden nog af in zijn troonrede: ‘(…) hoe passen we technische zorginnovaties op brede schaal toe?’ Jammer dat hij er vandaag in Dauphine niet bij is. Zorg2025-sprekers Joanne Ujčič-Voortman, Bart Geerts en Lucas Fleuren van AmsterdamUMC geven daar met mooie voorbeelden antwoord op de vraag van de koning.

De Zorg2025-bijeenkomst is een initiatief van Amsterdam Economic Board, Kamer van Koophandel, Rabobank, SIGRA en Ahti, waarbij steeds een ander thema centraal staat. Dit keer is dat kunstmatige intelligentie in de zorg.

Het Sarphati-cohort
Joanne Ujčič-Voortman is onderzoeker bij Sarphati Amsterdam, een wetenschappelijk onderzoeksinstituut dat zich richt op het onderzoeken van leefstijlgerelateerde aandoeningen als (ernstig) overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten. Zij vertelt vandaag over het Sarphati-cohort, de data-infrastructuur van de organisatie en hoe ze dat aan het opbouwen zijn. Hun mantra: think big, start small.

“De Amsterdamse jeugdgezondheidszorg heeft 97 procent van de kinderen in Amsterdam in beeld, een enorm hoog percentage”, vertelt Ujčič-Voortman. “In de dossiers van die kinderen staat data over hun ontwikkeling, die in de eerste plaats relevant is voor hen als individu. Maar als we die data wat verrijken kunnen wij daar als onderzoekers ook enorm veel relevante informatie uithalen.”

Ouders overtuigen
Sarphati heeft een app en filmpje gelanceerd waarin het onderzoeksinstituut aan ouders toestemming vraagt voor het geanonimiseerd gebruiken van deze data. Ruim 4.000 ouders hebben nu toestemming gegeven. Om de groep een zo goed mogelijke afspiegeling te laten zijn van de Amsterdamse samenleving proberen de onderzoekers onder meer via buurthuizen rechtstreeks in contact te komen met ouders uit verschillende sociale klassen en van verschillende nationaliteiten. Sarphati wil bij de deelnemende ouders ook gegevens ophalen over hun eigen welbevinden.

Om de data te verrijken ontwikkelde het onderzoeksinstituut vragenlijsten die in consulten moeten worden ingevuld. “De zorg voor de patiënt is leidend, alleen de registratie hebben we na langdurig overleg met zorgorganisaties aangepast. Zo moeten alle velden nu verplicht ingevuld worden”, zegt Ujčič-Voortman.

Sarphati werkt nu aan twee subcohortstudies, waarvoor de eerste respondenten zich gemeld hebben: een microbioom-studie en een studie waarvoor ouders voedingsdagboeken van hun baby gaan bijhouden. Ook zijn er plannen om data uit de schoolgezondheidszorg — over kinderen tussen de vier en twaalf jaar oud — te standaardiseren, zodat ook die gebruikt kunnen worden voor onderzoek.

Wil je weten wat de rest van de sprekers verteld hebben? Lees dan de rest van het verslag op de website van Amsterdam Economic Board.

Categorieën: Nieuws